Skip to Content

Het onderzoek van de verschijningen: 1858-1862

Lees de kroniek van de achttien verschijningen

Ets die de eerste verschijning van Lourdes voorsteltMgr. Laurence heeft de zaken niet laten aanslepen. De verschijningen vonden plaats van 11 februari tot 16 juli 1858 en vanaf de 28e juli kon een onderzoekscommissie aan het werk “om de feiten te verzamelen die in de grot van Lourdes waren gebeurd of nog zouden kunnen gebeuren, om ze aan de bisschop door te geven, om er hem de ware aard van te geven en zo de nodige elementen te bezorgen om tot een oplossing te komen...”

De commissie moet de genezingen onderzoeken die gebeurden door het gebruik van het water van de Grot. Is dat water natuurlijk of bovennatuurlijk? Zijn de visioenen van Bernadette echt? Indien ja, zijn zij van goddelijke aard? Heeft het voorwerp dat verscheen opdrachten aan het kind gegeven? Welke? Bestond de bron in de grot voor het visioen dat Bernadette beweert te hebben gehad?”

En de bisschop dringt in zijn bevelschrift met de oprichting van de commissie aan op ernst in het verloop van het onderzoek: “Een onderzoek dat de feiten moet vaststellen, de getuigen ondervragen, wetenschappers raadplegen, ondermeer de artsen die de zieken voor hun genezing hebben verzorgd, maar ook mensen met kennis van fysica, scheikunde en geologie: “De commissie mag niet nalaten zich te omringen met mensen die licht in de zaak kunnen brengen, om te komen tot de waarheid, welke deze ook mag zijn”.

De commissie heeft bijna vier jaar gewerkt en in het vermelde schrijven van 18 januari 1862 maakt de bisschop zijn oordeel bekend over de verschijning die plaats vind bij de Grot van Lourdes.