Skip to Content

De boodschap van Lourdes

Lourdes : Glasraam dat de eerste verschijning van Lourdes voorstelt.De “Boodschap van Lourdes” is het geheel van gebaren en woorden die tussen de Maagd en Bernadette bij de Grot van Massabielle tijdens de 18 verschijningen werden uitgewisseld. Die boodschap kan kort worden samengevat: God is Liefde en Hij bemint ons zoals wij zijn..

In 1858 heeft de geruïneerde familie Soubirous een onderkomen in het cachot gevonden. Op 11 februari 1858 gaat Bernadette met haar zuster Toinette en hun vriendin Jeanne Abadie hout sprokkelen. Zij gaan naar “de plaats waar het kanaal in de Gave stroomt”, vlak bij de Grot van Massabielle. Toinette en Jeanne waden door het ijskoude water van het kanaal. Bernadette aarzelt omwille van haar astma. Dan “hoort zij het geluid als van een windstoot”, hoewel “geen enkele boom beweegt”. “Het hoofd opheffend, ziet zij in een holte van de rots een klein meisje door licht omgeven, die haar aankijkt en glimlacht. Het is de eerste verschijning van de Maagd Maria.

In de tijd van Bernadette was de Grot een vuile, duistere, vochtige en koude plek. Men noemde de Grot de “varkensschuilplaats”, omdat men er soms de varkens naar toe leidde. Daar wilde Maria verschijnen, helemaal wit, helemaal puur, als teken van Gods Liefde, d.w.z. teken van wat God in elk van ons wil bewerken. Het contrast is hemelsgroot tussen deze duistere en vochtige Grot en de aanwezigheid van de maagd Maria, de “Onbevlekte Ontvangenis”. Dat herinnert ons aan het Evangelie: de ontmoeting van de rijkdom van God en de armoede van de mens. Christus is gekomen om te zoeken wat verloren was.  
In Lourdes is Maria verschenen in een vuile en duistere Grot, op de plaats die Massabielle heet, oude rots, om ons te zeggen dat God naar ons komt daar waar wij zijn, in het hart van onze ellende en onze verloren zaken

De Grot is niet alleen de plaats van een aantal gebeurtenissen, een geografische plaats, het is ook de plek waar God ons teken doet om ons zijn hart en ons eigen hart te ontsluieren. Het is een oord waar God ons een boodschap brengt, die geen andere is dan deze van het Evangelie. God komt ons zeggen dat hij ons bemint – dat is heel de inhoud van de “Boodschap van Lourdes” – en dat hij ons bemint zoals wij zijn.

18 februari 1858: buitengewone woorden

Bij de derde verschijning op 18 februari, spreekt de Maagd voor de eerste keer. Tot Bernadette, die haar papier en potlood voorhoudt om haar naam op te schrijven, zegt “de Dame”: “Dat is niet nodig”. Het is een buitengewoon woord. Het wil zeggen dat Maria in een liefdesrelatie met Bernadette wil treden. Het hart wordt aangesproken. In de Bijbel is het hart van de mens de kern van zijn persoonlijkheid, het diepste van het menszijn. Bernadette wordt zo uitgenodigd om haar hart te openen voor die Boodschap van Liefde.

Lourdes : Glasraam dat de derde verschijning van Lourdes voorstelt.Bij het tweede woord van Maria : “Wilt u voor mij zo goed zijn om gedurende twee weken naar hier te komen?”is Bernadette verbouwereerd. Het is de eerste keer dat iemand “u” tegen haar zegt. Zijzelf illustreert het feit: zij kijkt naar mij zoals alleen mensen elkaar aankijken. De naar het beeld en gelijkenis van God geschapen mens is iemand. Bernadette, zich gerespecteerd en bemind voelend, ervaart dat ze mens is, dat ze “iemand” is. In Gods ogen zijn wij allemaal waardevol. Want we worden allemaal door Hem bemind.

Het derde woord van de Maagd: “Ik beloof u niet het geluk in deze wereld, maar in de andere”. Wij kennen de wereld van het geweld, de leugen, de sensualiteit, het profijt en de oorlog. We kennen ook de wereld van de liefde, de solidariteit en de rechtvaardigheid. Wanneer Jezus ons in het Evangelie uitnodigt het Koninkrijk der hemelen te ontdekken, dan nodigt hij ons om in de wereld zoals hij is, een “andere wereld” te ontdekken. Waar Liefde heerst, daar is God. Deze realiteit verduistert de boodschap over de Hemel helemaal niet. De Maagd Maria brengt aan Bernadette de zekerheid over van een beloofd land, die alleen maar over de dood heen kan worden bereikt. Op aarde beleven we de tijd van de verloving, het huwelijk is voor later, voor de Hemel.

God is liefde

God ervaren is niets anders dan de liefde op aarde ervaren. Tot degene die dat wist te ontdekken zei Jezus: “Je staat niet ver af van het Rijk Gods”. Ondanks haar ellende, haar ziekte, haar gebrek aan cultuur, was Bernadette altijd diep gelukkig. Dat is het Rijk van God, de wereld van de echte Liefde.

Tijdens de eerste zeven verschijningen van Maria, toont Bernadette een gezicht dat straalt van vreugde en geluk. Maar alles verandert tussen de achtste en de twaalfde verschijning: het gezicht van Bernadette wordt hard, verdrietig, pijnlijk en ze doet onbegrijpelijke dingen... Op haar knieën tot achter in de Grot kruipen, de grond kussen, zelfs drie keer proberen wat vuil water te drinken, telkens er een beetje opzuigend en weer uitspuwend. Modder in haar handen nemen en haar gezicht vuilmaken. Dan kijkt Bernadette de menigte aan en opent haar armen. Ze zeggen allemaal: “Ze is gek geworden”. Bernadette herhaalt die gestes verscheidene keren. Wat betekent dat allemaal? Niemand die er iets van begrijpt! En toch staan we hier in de kern van de “Boodschap van Lourdes”.

De bijbelse betekenis van de verschijningen

Die gestes zijn inderdaad van bijbelse aard. Omdat “de Dame” het haar vroeg, drukt Bernadette de Menswording, het Lijden en de Dood van Christus uit.  Tot achteraan in de grot op de knieën kruipen: het teken van de Menswording, de vernedering van God die mens wordt. Bernadette kust de grond, om te beduiden dat de vernedering het teken is van Gods Liefde voor de mensen. Zure kruiden eten verwijst naar de joodse traditie, die men in de oude teksten vindt. Toen de joden wilden beduiden dat God al hun leed en alle zonden op zich had genomen, slachtten ze een lam, haalden de ingewanden er uit en stopten het dier vol met zure kruiden, ondertussen biddend: “Zie, dit is het Lam van God dat alle leed en alle zonden van de wereld op zich neemt”. Wij gebruiken deze woorden nog altijd in de eucharistie. Het gezicht vuil maken: de profeet Jesaja duidt de Messias, de Christus aan als de Lijdende Dienaar. “Omdat hij alle zonden van de wereld op zich had genomen, had zijn gelaat niets menselijks meer. Hij was, zo zegt Jesaja, als een schaap dat naar de slachtbank werd geleid, en onderweg spotten de mensen met hem. We zien hetzelfde bij de Grot: Bernadette heeft haar gezicht vuilgemaakt en de menigte schreeuwt het uit: “Zij is gek geworden”.

De Grot verbergt een immense, onmetelijke schat.

Lourdes : de bron in de Grot van de verschijningenDie gestes van Bernadette zijn bevrijdende gebaren. De Grot is niet langer overwoekerd en ook de modder is weg. Maar waarom moest deze Grot worden bevrijd? Omdat zij een immens grote schat verbergt, die kost wat kost aan het licht moet komen. Daarom vraagt “de Dame” bij de negende verschijning aan Bernadette om achter in die varkensschuilplaats in de bodem te krabben, haar zeggend : “Ga drinken en u wassen aan de bron”. Er begint een beetje modderig water te stromen, voldoende voor Bernadette om er van te drinken. En langzaam wordt dat water doorzichtig, zuiver en klaar.

Met die gestes wordt zelfs het mysterie van het hart van Christus ontsluierd: “Een soldaat doorstak met een lans zijn hart, en terstond vloeide er bloed en water uit”. Maar ook de diepte van het mysterie van het hart van de mens, geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, wordt ontsluierd: “Het water dat ik u zal geven, zal in u een bron van eeuwig leven worden”. Het hart van de mens, door de zonde gekwetst, wordt getoond door de kruiden en de modder. Maar diep in het hart is God zelf aanwezig, Hij is de bron. Men vraagt aan Bernadette: “Heeft ‘de Dame’ je iets gezegd?” En Bernadette antwoordt: “Ja, af en toe zegt ze: “Boete, boete, boete. Bid voor de zondaars”. Het woord “boete” moet hier als bekering worden verstaan. Voor de Kerk, en zoals Jezus het ons leerde, bestaat de bekering in het keren van zijn hart naar God en naar zijn medemensen. “Bid voor de zondaars”. Het gebed doet binnentreden in de Geest van God. Zo leren we dat de zonde niet leidt tot het geluk van de mens. De zonde is alles wat tegenover God staat.

Bij de dertiende verschijning richt Maria zich tot Bernadette : “Ga aan de priesters zeggen dat men hier een kapel moet bouwen, en dat men naar hier in processie moet komen”. “In processie” betekent stappen, in dit leven, altijd verbonden met de medemensen. “Een kapel bouwen”. In Lourdes werden kapellen gebouwd om de vele pelgrims op te vangen. Deze kapellen zijn echter maar teken, symbool van de gemeenschap die steunt op de liefde, en waaraan we moeten bouwen. De kapel is “de Kerk” die we moeten bouwen, op de plaats waar we leven, in onze familie, op het werk, in onze parochie, in ons bisdom… Elke christen moet heel zijn leven meebouwen aan de Kerk, door de gemeenschap met God en met zijn broeders en zusters te beleven.

 

De Dame zegt haar naam: "Que soy era Immaculada Counceptiou".

O.L.Vrouw van Lourdes

Op 25 maart 1858, dag van de zestiende verschijning, gaat Bernadette naar de Grot en vraagt op uitdrukkelijk verzoek van E.H. Peyramale, de pastoor van Lourdes, naar de naam van “de Dame”. Bernadette blijft haar vraag herhalen. Na de vierde keer antwoordt “de Dame” in de streektaal: “Que soy era Immaculada Councepciou” “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis”. Bernadette begrijpt de betekenis van dat woord niet. De Onbevlekte Ontvangenis, zoals door de Kerk wordt onderwezen, betekent “dat Maria zonder zonde is ontvangen, dank zij de verdiensten van het Kruis van Christus” (het dogma werd in 1854 afgekondigd). Bernadette loopt meteen naar de pastoor (lien vers la fiche lieu: ancien_presbytere.doc) om hem de naam van “de Dame” mee te delen. Hij begrijpt nu dat het de Moeder van God is, die aan de Grot van Massabielle verschijnt. Later zal Mgr. Laurence, de bisschop van Tarbes, dat bevestigen.

 

Wij zijn allemaal geroepen om onbevlekt te worden.

De “handtekening” van de boodschap komt na 3 weken verschijningen en 3 weken stilte (van 4 tot 25 maart). 25 maart is het feest van Maria Boodschap, het feest van het “ontvangen” van Jezus in de schoot van Maria. De Dame bij de Grot duidt dus haar roeping aan: zij is de moeder van Jezus, heel haar wezen staat gericht op het ontvangen van de Zoon van God, zij is alles voor Hem. Daarom is zij onbevlekt, door God bewoond. Op dezelfde wijze moet de Kerk en moet elke christen zich door God laten bewonen om onbevlekt te zijn, helemaal vergeven en vrijgesproken, om op hun beurt getuigen van God te zijn. Dat zal de roeping van Bernadette zijn. Op 7 april, tijdens de volgende verschijning, zal de vlam in haar handen branden, zonder ze te verbranden: zij wordt zelf licht en ze kan het licht van God doorgeven. Maria zegt ons wat we moeten worden. Op de dag van haar eerste communie (3 juni 1858) verlengt Bernadette deze ervaring, door zich één te maken met de gave van God.