Skip to Content

Het religieuze leven

Bernadette SoubirousDe reis van Lourdes naar Nevers duurt van 4 tot 7 juli 1866. Na haar getuigenis over de verschijningen zet Bernadette als postulante zet het kapje op en ze legt het manteltje om haar schouders. Bernadette heeft formeel gezegd dat ze is gekomen om “zich te verbergen”.

Bernadette heeft heimwee. Zij zal zeggen: “Het is het grootste offer in mijn leven”. Die ontworteling overleeft ze moedig en met zin voor humor. Daarenboven aanvaardt ze zonder enige bijgedachte de nieuwe situatie: “Mijn zending in Lourdes is voorbij”, “Lourdes is niet de hemel”.

Drie weken na haar aankomst, op 29 juli 1866, ontvangt zij met 42 andere postulanten het religieuze habijt. Voortaan zal zij zuster Marie-Bernarde worden genoemd.

In september 1866 verergert de gezondheidstoestand van Bernadette. In oktober 1866 is ze stervende. Dokter Robert Saint-Cyr, de huisarts van de gemeenschap, verzekert dat zij de nacht niet zal doorkomen. Moeder Marie-Thérèse vindt het goed dat zij haar religieuze geloften doet in articulo mortis. Maar ze overleeft de nacht.

In december 1866 verneemt ze het overlijden van haar moeder, amper 41 jaar oud.

Bernadette geneest en keert op 2 februari 1867 naar het noviciaat terug.

Op 30 oktober 1867 doet ze haar religieuze geloften voor Mgr. Forcade, bisschop van Nevers. Zij belooft te leven in “armoede, gehoorzaamheid, zuiverheid, en liefde”. Elke geprofeste zuster ontvangt een kruisbeeld, de Constituties en de benoemingsbrief met de gemeenschap waarheen ze wordt gestuurd. Bernadette wordt benoemd tot hulpverpleegster voor het hoofdklooster.

In 1869 heeft ze opnieuw problemen met de gezondheid. In maart 1871 verneemt ze het overlijden van haar vader.

Bernadette als religieuze in glas en lichtVan 1875 tot 1878 woekert de ziekte verder. In die situatie doet zij haar eeuwige geloften.

Vanaf 11 december 1878 blijft ze definitief in bed, in haar “witte kapel”, zoals ze haar groot bed met gordijnen noemt, waarin ze haar lange slapeloze nachten doorbrengt.

Op 16 april 1879 sterft ze: zij treedt het Leven binnen om voor altijd Jezus en Maria terug te zien, maar ook al haar dierbaren. Op 30 mei 1879 wordt de kist met het lichaam van Bernadette neergelaten in de grafkelder van de Sint-Jozefskapel, in de tuin van het hoofdklooster van de Zusters van Liefde van Nevers.

Bernadette heeft gedurende dertien jaar haar religieuze leven ten volle beleefd.