De kinderjaren

Lourdes, halfweg de 19e eeuw
Halfweg de 19e eeuw is Lourdes de hoofdplaats van een kanton met ongeveer 4.000 inwoners, aan de voet van de Pyreneeën, in de Bigorre-streek. Een klein rustig dorp, ver weg van het gewoel in de nabije steden met de thermen die in de mode zijn, op de rechteroever van de Gave en beschermd door zijn oud kasteel. Zoals alle steden van dergelijk belang heeft het dorp ook zijn raadshuis, zijn politiecommissariaat, zijn rechtbank en zijn kerk. Men telt onder zijn inwoners notarissen, advocaten, artsen, officieren, schoolmeesters, maar ook handarbeiders, zoals ambachtslui, steenkappers en heel wat molenaars. In een periode dat brood het basisvoedsel is en waar de schrik voor het gebrek aan bloem altijd aanwezig is, zijn de molens talrijk aanwezig, als de kralen van een rozenkrans langs eens van de beekjes die in de Gave uitmonden: de Lapaca.
In een van deze, de Boly-molen (de naam komt van een vroegere eigenaar), wordt Bernadette op 7 januari 1844 geboren, een jaar na het huwelijk van haar ouders. Twee dagen later wordt zij in de ondertussen verdwenen Sint-Pieterskerk gedoopt.
Bernadette zal tien jaar met haar ouders François Soubirous en Louise Castérot in de Boly-molen wonen. Als molenaarsfamilie verdienen zij er hun dagelijks brood. Het huis is vandaag niet veel veranderd. Men zou geloven dat de familie het huis amper heeft verlaten. Alleen de Lapaca ontbreekt om de molens te laten draaien. Het beekje loopt tegenwoordig gekanaliseerd onder de Rue de la Grotte. De woning is zeker niet arm te noemen: 2 haardvuren in de kamers, veel vensters en dus klare en nette kamers. De Boly-molen wordt uitgebaat door de familie van Bernadette aan moederszijde, de Castérots.
François en Louise houden heel veel van elkaar en het huwelijk zal heel hun leven stand houden. In hun wederzijdse liefde vinden zij de kracht om de moeilijkheden te trotseren. Zij zullen 9 kinderen hebben, waarvan 5 echter heel jong sterven. Voor Bernadette is deze molenaarswoning “de molen van het geluk” geweest, want zij ontdekte er iets heel belangrijks voor het leven van elke man en elke vrouw: de menselijke liefde. Die opgedane ervaring zal haar tot een heel evenwichtige persoonlijkheid maken, vooral in tijden van beproeving, ellende en ziekte.






