Skip to Content

De bezinning

Bernadette Soubirous aan de zijde van Moeder Alexandrine Roques in het hospice van Lourdes.

Na de verschijningen stelt Bernadette zich vragen over de richting die ze aan haar leven zal geven. Zij voelt zich geroepen tot het religieuze leven, maar in welke congregatie? Zij begint te zoeken, allereerst aangetrokken door de Karmel van Bagnères-de-Bigorre. In 1860-61 spreekt ze met haar nicht over een orde die aan de heilige Bernardus is toegewijd. Zij zou er willen binnentreden, want men beoefent er de wake, de vasten, de discipline en de onthechting… maar de gezondheid van Bernadette schijnt een moeilijkheid te zijn, en ook haar armoede, want er werd een ‘bruidsschat’ gevraagd.

In 1863 richtten de zusters van het Hospice van Lourdes haar op de verzorging van de zieken. Het werd voor Bernadette die bij hen inwoont een beslissende ervaring. Naast andere zaken waardeerde zij bij de Zusters van Nevers hun discretie tegenover haar, in scherp contrast met anderen, die haar van alle kanten probeerden in te palmen. Later zal ze zeggen: “Ik ga naar Nevers omdat niemand er mij heeft toe aangezet”.

Op 27 september 1863 heeft Bernadette een zeer interessant gesprek over haar toekomst met Mgr. Forcade, de bisschop van Nevers, die in Lourdes op bezoek is.

Tijdens de daarop volgende maanden rijpt de roeping van Bernadette verder, maar nu op een heel nieuwe basis. Op 4 april 1864, na de eucharistie in het Hospice van Lourdes, zoekt Bernadette de overste op, zuster Alexandrine Roques en zegt haar: “Nu weet ik dierbare moeder waar ik religieuze moet worden {…}. Bij u, mijn dierbare moeder.”

Van 4 oktober tot 19 november 1864 is Bernadette op vakantie, ver weg van Lourdes, zonder antwoord op haar vraag van 4 april. De Algemene Overste, moeder Joséphine Imbert, in Nevers aarzelt nog. Zij maakt zich ongerust over de moeilijkheden die de bekendheid van de zieneres riskeert mee te brengen voor de gemeenschap waar ze gaat wonen. Moeder Marie-Thérèse Vauzou, de novicemeesteres, staat positief, en ook de bisschop steunt de aanvraag.

Op 19 november 1864, bij haar terugkeer naar Lourdes, vindt Bernadette het goede nieuws: het antwoord is gunstig. De postulaattijd kan nu in Lourdes beginnen. Bernadette is echter ziek van begin december 1864 tot eind januari 1865. Ondertussen lijdt ze ook onder de dood van Justin, een van haar kleine broertjes.

Bernadette begint uiteindelijk haar postulaat in februari 1865. In april 1866 doet zij haar aanvraag om in het noviciaat in Nevers binnen te treden. Zij kan nu naar het hoofdhuis van de Zusters van Liefde vertrekken.

Op 28 april 1866 kondigt zij haar vertrek voor Nevers aan. Maar Mgr. Laurence houdt er aan dat Bernadette bij de inhuldiging van de crypte (boven de Grot in een nieuw bedevaartsoord) aanwezig is. Zij woont de plechtigheid bij en neemt deel aan de eerste officiële processie als antwoord op de vraag van O.-L.-Vrouw. Bernadette ondergaat de stormloop van de nieuwsgierigen. Mgr. Laurence laat haar vlug vertrekken.

Op 3 juli 1866 is heel de familie Soubirous in de Lacadé-molen, hun nieuwe woonst, voor het afscheidsmaal samen. Bernadette liet haar roeping als gedoopte in Lourdes acht jaar rijpen.