Skip to Content

De beproevingen

Bernadette Soubirous tijdens de moeilijke jaren

In november 1844 verbrandt Louise een borst en kan aan Bernadette niet langer de moedermelk geven. Men zendt haar naar een voedster in Bartrès, niet ver van Lourdes, waar ze anderhalf jaar zal blijven.

Buiten de moeilijk te verdragen scheiding is dit ook nog duur (5 francs per maand). In april 1845 klopt de dood voor de eerste keer aan: Jean, het tweede kind, amper twee maand oud, sterft.

In de molen draaien de zaken ook slecht. François Soubirous is een goede man,. Hij is nooit gehaast om zijn geld te vragen, zeker niet bij de armste cliënten.

In 1850 treft hen een nieuw ongeval, wanneer de gezondheidstoestand van Bernadette verzwakt: zij lijdt onder haar astma, maar ook aan de maag en de milt. En bij het bewerken van zijn te gladde molenstenen wordt het linkeroog van vader Soubirous door een wegspringende splinter geraakt.

In 1854, Bernadette is tien jaar geworden, moet de familie verhuizen. Bernadette verlaat de plezante molen van haar kinderjaren.

Het meubilair wordt overgebracht naar het huis Laborde en vader François gaat op zoek naar karig werk, om zijn 4 kinderen te kunnen voeden. Van molenaar tot handlanger. En ook Louise moet werk zoeken: huishouden, de grote was, hulp in de landbouw.

Tijdens de herfst van 1855 wordt Lourdes door een aanval van cholera getroffen. Bernadette ontsnapt nipt aan de dood, maar haar zwakke gezondheid krijgt een nieuwe opdoffer. Haar astma zal haar nooit meer verlaten.

Het overlijden van grootmoeder Castérot herstelt de financiële situatie van de familie. Zij kopen wat vee en huren de molen van Sarrabeyrouse (Arcizac-ez-Angles). Dat contract speelde echter helemaal in het nadeel van François. In 1856 is de ellende alleen maar gegroeid. De honger is niet langer ver weg.

Tijdens de winter van 1856-1857 beslissen de Soubirous om Bernadette te plaatsen, “een mond minder om te voeden”. Tante Bernarde, haar doopmeter, neemt haar bij zich in huis als kleine dienstmeid (hulp in het huishouden en achter ‘de toog’ van een herberg).

Een van de elementen in het dagelijkse leven is het godsdienstige leven. Zij kent niets van de catechismus, wat geen beletsel is om christelijk te worden opgevoed. Zij kent het “Onze Vader” en het “Wees gegroet” in het Frans. Zij heeft altijd een paternoster bij zich.

Begin 1857, omwille van de werkloosheid, worden de Soubirous verdreven uit het huis Rives, en ze gaan zich installeren in het cachot, een donkere plaats van 3.72 op 4.40 m.

Op 27 maart 1857 doen de politie een inval in het cachot. Zij nemen François als een misdadiger met zich mee. Er werden bij bakker Maisongrosse twee zakken bloem gestolen, en deze man beschuldigt François Soubirous. Hij wordt nu ook als een dief beschouwd.

In september 1857 keert Bernadette naar haar voedster Marie Lagües terug, om de familie enigszins te sparen. In de avonduren geeft zij Bernadette enkele rudimentaire catechismuslessen. Bernadette wil echter niet ver van haar familie zijn en zich echt voorbereiden op haar eerste communie. Op 21 januari 1858 keert zij definitief uit Bartrès naar het cachot in de Rue des Petits Fossés terug. Voor de catechismuslessen zal ze naar de zusters in het Hospice gaan.