Skip to Content

Jaarthema 2017: “De Heer heeft grote dingen aan mij gedaan!”

La Vierge du MagnificatHet Magnificat
van de hoop

Jaarthema 2017: “De Heer heeft grote dingen aan mij gedaan!”

Jaarthema 2017

Het Heiligdom van Lourdes stelt aan de pelgrims van 2017 voor de weg te volgen die voor de Wereldziekendag wordt voorgesteld. Die dag, de 25e verjaardag van de eerste viering op 11 februari 1993, zal op een bijzondere wijze in Lourdes worden gevierd.

Wij worden uitgenodigd om met de blik van Maria naar het lijden te kijken. Vanaf de eerste momenten van het Evangelie, in Kana, toont zij aan Jezus de noden van de mensen, en aan de mensen toont zij de weg van Jezus (1). Heel de tijd van het optreden van Jezus blijft zij degene die door haar geloof Hem vergezelt, zichtbaar aan de voet van het kruis door haar geofferde aanwezigheid: zij ontvangt dan de leerling als haar zoon (Joh 19, 26). Het uur van Jezus is ook het uur van de vrouw (Joh 16, 21). Alle lijden met haar wordt barensweeën. Zij is “de moeder” die de liefdesgave van de gekruisigde Jezus ontvangt en doorgeeft.

(1) Wij kunnen de commentaar opnieuw lezen op het evangelie van Kana in de encycliek Redemptoris Mater van paus Johannes Paulus II (25 maart 1987)  nr. 21: “Maria plaatst zich tussen haar Zoon en de mensen in de werkelijkheid van hun ontberingen, armoede en lijden. Zij plaatst zich “midden tussen”, d.w.z. zij wordt middelares, niet als een vreemdelinge maar in haar positie van moeder […] Een ander wezenlijk element van deze moederlijke taak van Maria vindt men in de woorden die zij tot de bedienden gericht heeft: “Doet maar wat Hij u zeggen zal”. De Moeder van Christus treedt op voor de mensen als woordvoerster van de wil van de Zoon.

Zij is het die zich aan Bernadette laat zien, in de zwarte holte van een rots van de Pyreneeën. Bernadette lijdt onder een impasse. Tegenover haar ziet zij een massa “hout en beenderen”, juist wat ze is komen zoeken, maar zelfs die “rijkdom” kan ze niet bereiken door het koude water van het kanaaltje. Dat moment vat heel haar bestaan samen, gedoemd tot mislukken door ziekte, slechte oogsten, verkeerd beheer en de onmogelijkheid om naar school te gaan en de catechismus te leren. Als 14-jarige leeft ze aan de rand van de samenleving van Lourdes. Zij had kunnen verdwijnen zonder dat iemand er zich ongerust over maakte...

Maar iemand heeft haar in de duistere situatie gezien. Een jong meisje “even jong en even klein als ik”, zal ze later zeggen. Iemand die op haar gelijkt, iemand die zoals zij onbelangrijk was in de ogen van de mensen, maar die God heeft gezien in de grot van Nazaret. “God ziet niet zoals een mens ziet; een mens kijkt naar het uiterlijk, maar Jahwe naar het hart” (1 Sam 16, 7). Door haar blik en haar glimlach deelt Maria met Bernadette de vreugde van het Magnificat, de vruchtbaarheid van een leven dat zich door God laat bezoeken. Maria deelt met de Kerk de de vreugde opnieuw “het geluid als een windstoot” te horen, de adem van Pinksteren, de adem van het begin. “Zij keek naar mij zoals een mens naar een andere mens kijkt.” Ik besta voor iemand! Het is de vreugde van de kleinen, de vreugde ook van de Drie-eenheid van de goddelijke personen die voor elkaar bestaan!

“Eerbiedwaardig van maaksel ben ik, een wonder is wat Gij schiep…” Ps 139, 14
“Gij weefde mij in de schoot van mijn moeder“ Ps 139, 13
“Verwerp mij niet nu ik oud word…” Ps 71, 9
“Wat gij  deed voor een dezer geringste van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan” Mt 25, 40


In het Evangelie, in de geschiedenis van de Kerk  en op een bijzondere wijze in Lourdes wordt het gezicht van de kleinen geopenbaard. Wanneer Maria eindelijk haar naam aan Bernadette bekend maakt, duidt zij zichzelf aan als de Onbevlekte Ontvangenis, de heel zuivere, met een licht dat niet van haar is, maar haar uit den hoge gegeven is, vanuit het hart van de God van liefde zelf. Ik ben degene die geen enkele barrière opwerpt tegen de liefde, zozeer dat deze liefde zich bij haar thuis voelt, dat zij in haar vlees kan worden. Maria zegt haar naam op 25 maart, dag van de verwekking van Jezus in haar schoot. Maria is niet alleen bij de Grot. Een spirituele echografie laat ons toe te delen in de aanwezigheid van Jezus in haar schoot.

Maria nodigt ons uit ons los te maken van de schijn om het geheim te ontdekken van de almacht van de liefde die zich geeft. Zij nodigt ons uit het dikke schild weg te krabben van onze hoogmoed en onze angsten, om de bron te laten ontspringen, en de wapens in de handen te leggen van de heel kleine Jezus, die doet leven en binnentreden in het Koninkrijk. Het zijn de kleinen die naar Lourdes komen, de zieke lichamen en de verdorde harten, om zich onder te dompelen in het bad van de barmhartigheid.

Maria, heil der zieken
Maria, toevlucht der zondaars
Maria, troosteres van de bedrukten


In de Onbevlekte Maria toont de Heer ons het schepsel dat volmaakt bevrijd is van de ziekte van de
zonde, in staat een weg van genade te openen voor Bernadette, die getekend is door allerlei soorten
handicaps.

Lourdes wordt een plek voor genezing van zieke mensen, een plek van bekering voor de door de zonde verharde harten, een plek van hoop en van vernieuwing voor een leven dat geroepen is om gedeeld te worden.

“Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader vol ontferming  en de God van alle vertroosting. Hij troost ons in al onze tegenspoed, zodat wij in staat zijn anderen te troosten in al hun noden, dank zij de troost die wij van God ontvangen” (2 Kor 1, 3-4).

Met Maria begroeten wij de Adem van de Geest Vertrooster.

Maria van het Magnificat dankt voor de gave van het leven dat ze in haar schoot ontving. Het is God zelf die zich in die heel kleine engageert: “Van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder” (mijn Jezus). Vanaf de schoot van de moeder tot de tijd van de grijze haren is het leven een wonder, een gave van God. Heel het Evangelie door en in de geschiedenis van de Kerk handelt de Heer en geneest de zieken. En Hij betoont hun in het bijzonder zijn tederheid door het gelaat van Maria, de moeder die baart en altijd weer een weg opent, tot aan de voet van het kruis, waar zij in zichzelf heel het geloof van de Kerk samenvat. Zij is “Heil der zieken”, gezondheid voor de zieken. Zij is degene die de gave van God ontvangt en doorgeeft, de gave van het leven. De genezingen in Lourdes vanaf de tijd van de verschijningen getuigen er van.

In Lourdes vraagt Maria “Toevlucht der zondaars” te bidden “voor de zondaars”, boete te doen, onkruid te eten, zich te vernederen tot op het niveau van de dieren, op het niveau waarop de zondaar zich bevindt. Maar vanuit de diepte van de bevuiling en de modder ontspringt een verborgen bron, de bron van het doopsel dat de Heer nooit heeft ontkend en die Hij komt doen opspringen : bron van vergeving en barmhartigheid. Lourdes is de oase van barmhartigheid die heel de Kerk moet worden, plek van genezing van de harten door de kracht van de vergeving. De boete is de uitdrukking van die solidariteit op de weg van de vernieuwing van de geest en van het hart.

Maria, “Troosteres van de bedrukten”, is ons ten slotte in Lourdes gegeven als de mooiste vrucht van de heilige Geest, de bevoorrechte boodschapster van de Vertrooster. Zij verlicht de weg van de apostelen, geroepen om de kracht van die vertroosting, die ze zelf hebben ervaren, door te geven en op hun beurt Vertroosters te worden. Zij trekken naar hen die wenen omwille van de ongelukken in de schepping die God zo mooi wilde en die de tijd niet heeft erkend waarin zij bezocht werd (Lc 19,44). Maar die tranen drukken de pijn uit van het baren dat blijft duren. De pelgrim van de Vertroosting wordt drager van nieuw leven, zoals Paulus het schrijft (2 Kor 1, 3-4).

Magnificat !

Lourdes is die unieke plek ter wereld waar alle ellendige en lijdende mensen worden “getoond”, zij die gewoonlijk worden verborgen en die men niet wil zien omdat zij onze broosheid, zwakheid en handicaps tonen...  Hier worden die kwetsuren echter poorten naar het licht, door de genade van een blik die niet oordeelt maar bemint. De vrucht van onze bedevaart kan de vernieuwing zijn van onze blik, die leert te beminnen en te doen bestaan. De Bernadettes van vandaag weerkaatsen de glimlach van Maria: de armste en meest broze mensen “naturaliseren” ons in het leven van de God van Jezus Christus.

Wij nodigen u van harte uit de hoofdstukken 8 en 9 van het Evangelie van Matteüs te herlezen. Jezus daalt af van de berg waar Hij de nieuwe wet heeft geproclameerd, geen andere wet dan deze van Mozes, maar dezelfde wet, eindelijk vervuld door de gave van zijn liefde, de adem van zijn Geest.

Jezus geneest dan de zieken om aan het volk de smaak te geven van de betere wijn die Hij wil aanbieden, de vreugde van de vergeving, die de tollenaar Matteüs in staat stelt genezen te worden van de ergste ziekte; die van het geld: Hij zegt: “Volg Mij.” De man stond op en volgde Hem. Het zijn niet de gezonden die een dokter nodig hebben, maar de zieken. Ga en leer wat het betekent: “Barmhartigheid wil Ik, geen brandoffers. Ik ben niet gekomen om de rechtvaardigen te roepen, maar de zondaars.” (Mt 9, 12-13).

Met Maria en Bernadette danken wij voor de plek  en de tijd van de Barmhartigheid. Onze lichamen en onze harten stellen zich beschikbaar voor het werk van God, het werk van de genezing en de vergeving, die ons is toevertrouwd om te verkondigen en te verspreiden.

“Jezus ging rond door alle steden en dorpen, waar Hij onderricht gaf in hun synagogen en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas. Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat zij afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: 'De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten'.” (Mt 9, 35-38)

De Weg van het Magnificat, van de genezing, van de vergeving en van de zending

•  De mens kijkt naar het uiterlijke, God kijkt naar het hart.
Welke “wonderwerken” kan ik ontdekken in mijn eigen leven, mijn eigen geschiedenis en rondom mij, indien ik de ogen van mijn hart open?

•  Wie zijn volgens mij de Bernadettes van deze tijd?
Welk belang hechten aan het nog niet geboren kind en aan de mens die maar blijft sterven ?

•  Maria, heil van de zieken
Heb ik vragen om genezing aan haar toe te vertrouwen?
 
•  Maria, toevlucht der zondaars
Welke weg van vergeving zou ik willen zien opengaan?
Tot welke daad van boete, van terugkeer naar de bron, zou ik uitgenodigd worden?

•  Maria, troosteres der bedrukten
Kan ik de troost aanvaarden die me wordt geboden op moeilijke momenten?
Welke troost, welke bron van vernieuwing ben ik geroepen om te delen?

•  Welke vreugde van een nieuwe geboorte wordt mij aangeboden?
Welke vernieuwing van de blik en van het hart? Welke zending wordt mij nu toevertrouwd?

“Het is normaal dat Maria, moeder en model van de Kerk, aanroepen en vereerd wordt als Salus Infirmorum. Als eerste en volmaakte leerlinge van haar Zoon heeft zij in de begeleiding van de Kerk onderweg altijd het bewijs geleverd van een bijzondere aandacht voor de lijdende mens... De liturgie biedt, door de viering van de verschijningen van Lourdes, de plek die Maria heeft gekozen om haar moederlijke zorg voor de zieken te tonen, het Magnificat opnieuw aan... dat niet het lied is van hen die geluk hadden, maar het dankwoord van hen die de drama's van het leven kennen en hun vertrouwen stellen in het verlossingswerk van God... Zoals Maria draagt de Kerk in haar geschiedenis in zich de menselijke drama's mee en ook de goddelijke verlossing... Aanvaard en geofferd, eerlijk en gratis gedeeld wordt het lijden een wonder van liefde...”
Benedictus XVI, 11 februari 2010

“Het Magnificat is het lied van de hoop, het lied van het volk van God onderweg in de geschiedenis […] De Kerk zingt het lied vandaag nog en zingt het overal ter wereld. Dit lied is bijzonder intens waar het lichaam van Christus vandaag zijn Passie beleeft. Waar het kruis aanwezig is, is er voor ons, christenen, altijd hoop. Als er geen hoop is, dan zijn wij geen christenen. Daarom herhaal ik graag: laat u de hoop niet gestolen worden. Dat men ons de hoop niet ontneemt, want deze kracht is een genade, een gave van God die ons verder draagt, met de hemel voor ogen. En Maria is er altijd, dicht bij deze gemeenschappen van onze broeders en zusters, en zij zingt met hen het Magnificat van de hoop.”
Paus Franciscus, homilie van 15 augustus 2013