Operatie “Siloë”: de Baden van Lourdes herinrichten.
Mgr. Jacques Perrier wil heel de schikking van de Baden in het Heiligdom van Lourdes herbekijken: het project “Siloë”. In juli 2009 schreef de bisschop van Tarbes en Lourdes daarover een rapport. U vindt hier de integrale tekst.

De mooie Dame heeft Bernadette maar twee opdrachten gegeven: “Ga drinken aan de bron en was u er” en “Ga aan de priesters zeggen dat men in processie naar hier moet komen, en dat men hier een kapel moet bouwen”. Voor de processies en de kapellen werd tijdens de voorbije 150 jaar niet stilgezeten. De ‘kraantjes’ en de baden maken het mogelijk om ook op de andere vraag van Maria in te gaan..
Juist voor het eeuwfeest werden de baden van links naar rechts van de Grot verhuisd. De kraantjes hebben nadien de plaats van de oude baden ingenomen. In 2002 werd een Weg van het water op de rechteroever van de Gave aangelegd, op een plek waar het heel wat rustiger is. Verleden jaar werden de kraantjes verwijderd van bij de Grot om het lawaai te verminderen. Al jaren zeg ik dat er ook over de baden zelf moet worden nagedacht. Na heel wat gesprekken hierover met verschillende mensen en na het Jubeljaar denk ik dat het tijd is om een initiatief op te starten.
ORIENTATIES, VRAGEN...
Ik heb enkele bevoegde mensen voor anderhalve dag uitgenodigd : de rector, de president van de Hospitaliteit van O.L.Vrouw van Lourdes en de verantwoordelijke voor de baden, de president van UNITALSI, de arts van het Medisch Bureau, een zuster van het ziekencentrum Notre-Dame, de president van het ANDDP, de gewezen president van HCPT en de verantwoordelijke van het Informatiecentrum. Don Paolo Angelino vertegenwoordigde OFTAL en het secretariaat van de Italiaanse bedevaarten (SPI) en M. Jean-Pierre Doublet de Franse diocesane hospitaliteiten. De president van de Hospitaliteit van Barcelona en de algemene secretaris van het SPI hadden hun bemerkingen opgestuurd.
De vergadering vond plaats op 9 en 10 juli. Het verslag is ongeveer exhaustief. Het wil de gevoerde gedachtewisseling weergeven, opdat u weet in welke richting we gaan, maar ook welke vragen er blijven bestaan.
Wat niet ter discussie staat, is het belang van de onderdompeling in de baden voor veel mensen en ook de sterke belevenis van hen (mannen en vrouwen) die in de baden dienst doen. Op geen enkel moment dus is er ook maar gedacht aan het opgeven van wat tot het eigene van Lourdes behoort.
Dat belet niet enkele negatieve punten te zien:
• Het imposante van het gebouw aan de buitenkant en de kille sfeer binnenin;
• De vorm van het “plateau” buiten: heel lang en smal (8 op 1). Daardoor is het moeilijk om mensen in gebed bijeen te brengen;
•De vele wandelaars die vlakbij passeren en niet bij het gebeuren betrokken zijn;
• De grote vraag op sommige momenten, waardoor de toegang voor niet-zieken niet mogelijk is. Natuurlijk hebben de zieken voorrang, maar Bernadette is naar de bron gegaan als teken van boete, niet omdat zij ziek was;
• De aarzelende houding bij de procedure om zich uit te kleden, hoe fijngevoelig het helpende personeel ook mag handelen.
In de gedachtewisseling kwam dit laatste punt als heel belangrijk over, hoewel er zelden sprake van is, wanneer mensen over de baden spreken. De mensen die naar de baden gaan kennen in grote lijnen de te volgen procedure. Men moet echter ook denken aan de anderen, die deze gewoonte niet hebben en misschien niet alleen willen “drinken” maar “zich ook willen wassen”. Moet men dan denken aan individuele cabines, om de gezonde mensen zich discreet te laten voorbereiden? Men kan zich laten inspireren door wat men op andere plaatsen vindt, waar mensen zich ook uitkleden. Dat vraagt natuurlijk om ruimte.
DE BADEN VERPLAATSEN OM RUIMTE TE VINDEN...
Daarmee komen we echter bij een conclusie die voor iedereen klaarblijkelijk schijnt: de baden moeten worden verplaatst om voldoende ruimte te vinden. Het is geen heiligschennis, want vijftig jaar geleden werden ze al verplaatst.
De beste plaats lijkt deze waar nu de Aanbiddingstent staat. Dat deze zone kan onderstromen, mag geen onoverbrugbare moeilijkheid zijn voor installaties die juist met water te maken hebben. De huidige functie van de Aanbiddingstent kan in de toekomst worden overgenomen door een vergrootte Aanbiddingskapel, meer ruimte voor de zieken: technisch lijkt dit mogelijk.
Wij kunnen vertrekken van een gebouw in de vorm van een cirkel of een ellips, waarbij de binnenkant dient als voorbereiding, catechese en gebed, terwijl de nieuwe baden en de andere installaties zich aan de buitenkant bevinden. De wachtende mensen worden zo beschermd tegen de nieuwsgierige blikken van de voorbijgangers en de ruimte wordt akoestisch veel rustiger. Binnen de ruimte moet men dan een parkoers uitwerken, waardoor men ‘langs een andere weg’ naar buiten gaat, dan waar men binnenkwam. Het beste lijkt dan de ingang aan de westkant, zodat men bij het buitengaan direct in de richting van de Grot, de basilieken en de biechtkapel kan gaan.
Alle deelnemers waren ook akkoord op een ander punt: er moet een gebaar mogelijk zijn om in te gaan op de vraag van de Dame om “zich te wassen”. Zich wassen hoeft niet noodzakelijk te worden gezien als ‘zich onderdompelen’ of nog minder ‘ondergedompeld worden’. De praktijk van het bad, dat bijna het doopsel is, werd ingevoerd omwille van de zware zieken, en misschien ook wel om de thermen uit de buurt te imiteren. Het is een zinvol gebaar, ook voor de niet zieken, het drukt immers een vorm van nederigheid en vertrouwen uit, al werd het niet door de Maagd gevraagd. Anderzijds blijft de vraag of het nodig is die procedure, op enkele nuances na, te gebruiken zowel voor de zieke als voor de gezonde pelgrim? U moet weten dat met de huidige procedure men zes à acht personen per bad nodig heeft. Dat brengt mee dat de openingsuren veel te kort zijn, zoals velen opmerken. En men kan het aantal ziekenhelpers niet eindeloos blijven opvoeren. Men kan evenmin een autoritaire scheiding opleggen tussen valide en andersvalide personen.
Voor de gehandicapte mensen kunnen we misschien leren van de praktijk in rusthuizen en verzorgingsinstellingen, maar zonder de mens door toestellen te vervangen.
Men kan ook nadenken over nieuwe mogelijkheden dank zij moderne materialen, recycleerbare materialen, maar geen linnen, want dat brengt veel werk mee voor de wasserij.
"DE GODSDIENST VAN DE GEZICHTEN"
Het huidige aantal ‘gebruikers’ kan nog moeilijk aangroeien: 400.000 in de 17 baden, onder hen 100.000 zieken. Hoe men het bad ook gebruikt, er moet dus een andere ritus worden voorgesteld.
“Zich wassen”... Bernadette heeft begrepen “haar gezicht wassen”, want het christendom is de godsdienst van de gezichten. Om zich te wassen zou de pelgrim eventueel kunnen buigen over een kleine schaal, of water nemen uit een schaal of van stromend water om zich te besprenkelen, ofwel water over zich krijgen van een watergordijn. Er zijn zeker nog andere mogelijkheden. Maar bakken voor een voetwassing lijkt uitgesloten. De pelgrim zal niet sterven, wanneer hij een beetje water op het lichaam krijgt. We mogen evenmin vergeten dat Bernadette haar boetegebaar geknield deed. De pelgrims hebben niet allemaal reuma of artritis. Zij zouden onder het wassen kunnen ingaan op de vraag van Maria aan Bernadette: “Aquero had mij gevraagd de grond te kussen, als boete voor de zondaars”.
De plekken voor deze ritus kunnen gemengd zijn (M/V): wat meer vrijheid biedt voor de inrichting. Dit alternatief voor de baden kan de ontgoocheling van de pelgrims verminderen, wanneer zij wilden baden, maar voor gesloten baden of een té grote toeloop komen te staan.
Er moet ook worden gedacht aan kraantjes, opdat de pelgrims kunnen drinken. De uitnodiging van Maria is dubbel: drinken en zich wassen. Die twee gebaren mogen niet gescheiden worden, alsof “zich wassen” beter is dan “drinken”.
Ideaal is dat elke pelgrim het gebaar kan stellen dat overeenstemt met zijn verwachting, begeleid voor zover hij het wenst, geholpen zoveel als nodig is, maar zonder bevelen zoals in de kazerne. Welk ritueel de betrokkene ook kiest, de Hospitaliteit zal altijd in de buurt zijn: anders zijn alle uitwassen mogelijk.
Welke naam aan die plek geven? Het zal natuurlijk een tijd vragen om ingeburgerd te geraken, maar het zou beter zijn dat men van bij het oversteken van de Gave ook de naam verandert. Laten we haar voor het ogenblik “Siloë” noemen, omwille van het woord van Jezus: “Ga u wassen in het Siloam-bad”. Het woord betekent “gezonden”. Die naam zou het voordeel bieden de christelijke oriëntatie van de plaats en het ritueel duidelijk te onderstrepen. Er werden nog andere namen geciteerd:“Bethesda” (ook een bijbelse plek), de “Kapel van het water” of ook nog “O.L.Vrouw van het water” (verwijzend naar het Mariabeeld in de tuin van Nevers). “Siloë” zal voor het ogenblik worden gebruikt als codenaam.
DE VOORBEREIDING VAN DE PELGRIMS
Het belangrijkste in dat alles is de voorbereiding van de pelgrims, in groep of alleen. De meerderheid van de deelnemers heeft opgemerkt dat deze in kwaliteit heeft ingeboet of zelfs verdwenen is. Terwijl het licht zijn plaats heeft in “de liturgie” van Lourdes langs de processies, en de rots, de Grot, door de Eucharistie, hebben de chapelains zich nooit veel ingelaten met het water en nog minder met de baden. Welke bekwaamheid en spirituele kwaliteit de dienst van de baden ook mag hebben,we dragen de gevolgen tot vandaag van deze zwakke pastorale en catechetische investering. En ook als de priesters al teveel werk hebben, moet het Heiligdom Siloë integreren in zijn pastorale zorg.
De aalmoezenier van de Hospitaliteit heeft hierin een rol te spelen. Diakens kunnen in Siloë een dienstwerk verrichten dat helemaal beantwoordt aan hun wijding.Tijdens deze voorbereidingstijd moet nu al worden gedacht aan het visuele en auditieve aspect. Men mag evenmin vergeten dat het feit van het drinken en zich wassen op uitnodiging van Maria, een beschikbaar sacramentale is voor de christenen die om een of andere reden de sacramenten niet ontvangen. Het zijn ook gebaren die niet-christenen kunnen stellen, door ze zin te geven en zonder dat de katholieken zelf er door worden geërgerd. Met de Eucharistie ligt dit anders: men geeft de communie niet aan wie niet gelooft in de gestorven en verrezen Christus.
In Lourdes zijn deze gebaren mogelijk, terwijl men in de parochies denkt, ten onrechte maar het is zo, dat de Kerk buiten de Eucharistie niets te bieden heeft. Het is een belangrijk aspect van de zending van Lourdes: openheid zonder syncretisme.
In Lourdes is het water direct met de boete verbonden, en dus indirect met het doopsel. Men mag echter niet teveel de klemtoon op het doopsel leggen, omwille van de praktijk van de wederdopers. Op sommige momenten zou een gebed om vergeving kunnen worden voorgesteld, die al dan niet uitloopt, volgens de beschikking van de mensen, op het sacrament van de verzoening. Het is in elk geval belangrijk de band tussen Siloë en de verzoening te verstevigen.
Aan het einde van deze gedachtewisseling merkte een van de deelnemers op dat deze verandering een “traumatisch” maar niet dodelijk moment zal zijn. Een andere had het over een mooie en grote “pastorale uitdaging” waar we voor staan.
Nog enkele bedenkingen...
De kinderen. Er moet meer worden nagedacht over de plaatsen die aan hen worden voorbehouden.
Het gebouw. Eerder licht: het omgekeerde van de H. Bernadettekerk. Zonder bovenverdieping, indien dit kan. Mogelijk materiaal: hout, glas, het tentdoek. Ook denken aan het gebruik tijdens de winter.
De toegang. De weg naar Siloë mag de vieringen op het podium van de bedevaartweide niet storen. Heel de bedevaartweide moet worden herdacht. De asfaltwegen werden aangelegd voor het Eucharistisch Congres van 1981. Zij hebben geen enkel belang.
Het aanbrengen van het water. Het kanaal dat het water vanaf de Grot aanvoert moet open zijn. En in het ontwerp van de installaties moet worden gewaakt over de uitgaven en de recyclage van het water van de bron.
In de lokalen. De oppervlakte die de dienst gebruikt is nu even groot als deze van de baden zelf. De ziekenhelpers moeten kunnen samenkomen onder elkaar (in de plannen van het ziekencentrum Notre-Dame was dit vergeten). Misschien zelfs voorzien dat ze’s morgens vóór de dienst Eucharistie kunnen vieren.
De uitgang. Na de voorbereiding en het ritueel zelf, ongeacht de vorm ervan, moet tijd en ruimte voor dankzegging en zending worden voorzien (kapel?). Het ware ook goed dat de deelnemers iets ontvangen als herinnering aan dat sterke moment, zoals met het insigne van het Jubeljaar.
Verpleegster. De zieken van de bedevaarten zijn gewoonlijk vergezeld van een arts of een verpleegster. De aanwezigheid van een verpleegster gedurende heel de tijd kan nuttig zijn. Er is natuurlijk het taalprobleem.
Budget. Lourdes heeft altijd door vernieuwd. Siloë staat in de lijn van de bouw van de nieuwe ziekencentra in 1997-1998. Alleen de basilieken restaureren is niet genoeg. De banken stellen vertrouwen in Lourdes, zelfs dit jaar. Er werd sinds lang een reserve voor dit project aangelegd. Men mag deze investering niet verwarren met de werkingskosten, waarvoor de pelgrims voortaan 4 € zullen bijdragen.
De problemen van altijd. De ziekenkaarten, de authenticiteit, de criteria voor toewijzing, het werk op het secretariaat. Zij die terugkeren, die elke dag komen, telkens in naam van een andere persoon, enz.
Voorziene realisatie. In het tussenseizoen 2014-2015.
TUSSENSTAPPEN
De pilootgroep rond de bisschop zal bestaan uit pater Brito, mevrouw Goisneau, dokter de Franciscis, don Luciano, M. Diella en juffrouw Albrech. Er werden al suggesties gedaan om de medewerking te vragen van specialisten in hydrotechniek en van architecten. Een kleine groep zal in het bijzonder werken rond de vragen in verband met de zieken.
Tijdens het bedevaartseizoen 2010 zal tijdens de processies en de internationale missen het symbool van het water worden gevaloriseerd, verbonden met het teken van het kruis. Het zal ook goed zijn om zoveel mogelijk boekjes met rituelen van groepen te verzamelen (ondermeer de liturgie van het water van de Jeugddienst), waarin het water van de bron wordt gebruikt buiten de kraantjes en de Baden. Ook alle literatuur rond het jaarthema 2002 moet worden herlezen, vooral het verslagboek van het colloquium..
Mgr Jacques Perrier, bisschop van Tarbes en Lourdes
11 juli 2009






