Skip to Content

Johannes Paulus II, 15 augustus 1983 : “Getuige van God”

Johannes Paulus II in gebed bij de Grot van Massabielle in 1983Homilie van paus Johannes Paulus II van op de bedevaartweide tegenover de Grot, 15 augustus 1983, feest van Maria Tenhemelopneming.

“Er verscheen een groot teken aan de hemel: een vrouw, omkleed met de zon” (Ap 12,1). Vandaag kwamen wij naar dit teken op bedevaart. Het is het Hoogfeest van de Tenhemelopneming: hier bereikt het Teken zijn hoogtepunt. Een vrouw draagt de zon van de onpeilbare Godheid. De zon van de ondoordringbare Drie-eenheid. “Vol van genade”: zij is vol van de Vader en de Zoon en de Geest, wanneer zij zich aan haar geven als één God, de God van de schepping en van de openbaring, de God van het Verbond en van de Verlossing, de God van het begin en van het einde. De alfa en de omega. De God-Waarheid, de God-Liefde, de God-Genade, de God-Heiligheid.


Een vrouw omkleed met de zon... Wij doen vandaag de bedevaart naar dit Teken. Het is het Teken van de Tenhemelopneming dat zich boven de aarde voltrekt, en tegelijk zich van de aarde verheft. Van deze aarde waarop zich het mysterie van de Onbevlekte Ontvangenis heeft geënt. Vandaag ontmoeten deze twee mysteries elkaar de Tenhemelopneming en de Onbevlekte Ontvangenis. Vandaag openbaart zich hun complementariteit.

Vandaag, omwille van het feest van de Tenhemelopneming, komen wij op bedevaart naar Lourdes, waar Maria tot Bernadette heeft gezegd: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis” (Que soy era Immaculada Councepsiou). Wij kwamen naar hier omwille van het buitengewone jubileum dat het einde van het Jaar van de verlossing tekent. Wij willen dit jubileum bij Maria beleven. Lourdes is een uitstekende plek voor een dergelijk bezoek.

Hier sprak indertijd “de mooie Dame” met een jong meisje van Lourdes, Bernadette Soubirous, bad met haar de rozenkrans en belastte haar met enkele boodschappen. Door op bedevaart naar Lourdes te komen, willen wij opnieuw treden in het kader van deze buitengewone nabijheid, die nooit ophield, maar zich integendeel bevestigde.

Deze nabijheid van Maria is de ziel van dit bedevaartsoord.

Lourdes, Johannes Paulus II in 1983Wij komen op bedevaart naar Lourdes om bij Maria te zijn.

Wij komen op bedevaart naar Lourdes om tot het mysterie van de Verlossing te naderen (Luc 1, 42-45).

Niemand is meer dan Maria ondergedompeld in de kern van het mysterie van de Verlossing. En niemand kan ons beter tot dat mysterie doen naderen dan zij. Zij bevindt zich in het hart van het mysterie. Wij verlangen dat in ons tijdens dit buitengewone Jubeljaar het hart zelf van het mysterie van de Verlossing klopt. Daarom komen wij naar hier.

Wij zijn in Lourdes op het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming, de dag waarop de Kerk de heerlijkheid van haar geboorte in de hemel verkondigt. Wij willen, vooral langs de liturgie, aan deze heerlijkheid deel hebben. En wij willen te gelijkertijd – door de glorie van haar geboorte in de hemel – het gelukkige moment beleven… van haar geboorte op aarde. Het Jaar van de Verlossing 1983 keert onze gedachten naar dat gelukzalige moment.

Maar eerst: de geboorte in de hemel, de Tenhemelopneming. Men kan stellen dat de liturgie ons de Tenhemelopneming van Maria toont vanuit drie aspecten. Ten eerste zegt Elisabet bij het bezoek van Maria in het huis van Zacharia: “U bent de gezegende van alle vrouwen, en de vrucht van uw schoot is gezegend… Zalig zij die heeft geloofd in de vervulling van het woord… van de Heer”.

Maria heeft geloofd in de woorden die haar vanwege de Heer werden gezegd, en Maria heeft het Woord aanvaard dat in haar mens werd en de vrucht is van haar schoot. De Verlossing is gebouwd op het geloof van Maria, zij is verbonden met haar “Fiat” op het moment van het bezoek van de engel. Maar zij is begonnen door het feit dat “het Woord is mens geworden en onder ons heeft gewoond” (Joh 1, 14).

Bij het bezoek spreekt Maria op de drempel van het gastvrije huis van Zacharia en Elisabet een zin uit die betrekking heeft op het begin van het mysterie van de Verlossing. Zij zegt: “De machtige heeft grote dingen aan mij gedaan en heilig is zijn Naam!” (Luc 1, 49). Deze zin, vanuit het gegeven van het Bezoek, vindt langs de liturgie van deze dag haar plaats in het gegeven van de tenhemelopneming. Heel het Magnificat, zoals het klonk bij het Bezoek, wordt in de liturgie van vandaag de hymne van de Tenhemelopneming.

De Maagd van Nazaret sprak deze woorden, terwijl de Zoon van God door zijn werk op aarde moest geboren worden. Met wat een kracht moet zij deze woorden herhalen, nu zij door het werk van haar Zoon zelf in de hemel opgenomen is!

Het tweede aspect van de liturgie van dit Hoogfeest van de tenhemelopneming toont zich langs de woorden van de heilige Paulus in zijn brief aan de Korintiërs. De Tenhemelopneming van de Moeder van Christus maakt deel uit van zijn overwinning op de dood, van de overwinning die ligt in de verrijzenis van Christus. “Christus is opgestaan uit de doden; als eersteling van hen die ontslapen zijn” (1Kor 15, 20).

De dood is de erfenis van de mens na de erfzonde: “Allen sterven in Adam” (1Kor 15, 22). 
De Verlossing die door Jezus werd vervuld, liet ons in deze erfenis delen: “Allen herleven in Christus. Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eersteling Christus, vervolgens zij die Christus toebehoren…” (ibid. 15, 22-23).

Lourdes, Johannes Paulus II in 1983En wie behoort meer aan Christus dan zijn Moeder? Ja, wie werd meer dan zij door Hem vrijgekocht? Wie heeft nauwer samengewerkt in de Verlossing dan zij deed door haar “Fiat” bij het bezoek van de engel, en door haar “Fiat” aan de voet van het kruis?

Het is dus in het hart zelf van de Verlossing, bewerkt door het Kruis van Golgotha, in de kracht zelf van de Verlossing, door de Verrijzenis geopenbaard, dat de overwinning op de dood zijn bron vindt, welke de Moeder van de Verlosser heeft ervaren, haar Tenhemelopneming dus. Dat is het tweede aspect van de tenhemelopneming die de liturgie ons vandaag openbaart

Het derde aspect wordt uitgedrukt door de antwoordpsalm. Het is de poëtische taal van deze psalm die het uitdrukt. De dochter van de koning, getooid in kostbare stoffen, komt binnen om naast de koning plaats te nemen:
“Uw troon, o God, staat voor altijd en eeuwig, de scepter van het recht is de scepter van het koningschap!” (Psalm 45[44], 7).

In de Verlossing wordt het Rijk van God vernieuwd, dat begon met de schepping, maar nadien door de zonde in het hart van de mens werd aangetast.
Maria, Moeder van de Verlosser, is de eerste om deel te nemen aan dat Rijk van heerlijkheid en vereniging met God in de eeuwigheid.

Haar geboorte in de hemel is het definitieve begin van de heerlijkheid die de zonen en dochters van deze wereld in God moeten bereiken omwille van de Verlossing in Christus. De Verlossing is inderdaad het fundament van de omvorming van de geschiedenis van de kosmos in de heerschappij van God.

Maria is de eerste van de vrijgekochte. Ook in haar is de omvorming van de geschiedenis van de kosmos in de heerschappij van God begonnen. Dat is de betekenis van het mysterie van de tenhemelopneming: haar geboorte in de hemel, met lichaam en ziel.

Door de Tenhemelopneming van de Moeder van God – haar geboorte in de hemel – willen wij het moment van haar geboorte op aarde eren. Veel mensen stellen zich de vraag: wanneer is zij geboren? Wanneer is zij ter wereld gekomen? Die vraag wordt vaak gesteld, speciaal nu de 2.000e verjaardag van de geboorte van Christus nadert. Haar geboorte moet vanzelfsprekend vroeger hebben plaats gevonden dan deze van haar Zoon. Zou het dan niet passend zijn eerst de 2.000e verjaardag van de geboorte van Maria te eren?

Lourdes, Johannes Paulus II in 1983Voor de geschiedenis verwijst de Kerk naar de geschiedenis en de historische data, wanneer zij de verjaardagen en de jubilea viert (daarbij de elementen respecterend die de wetenschap aanbrengt). Toch wordt het juiste ritme van de verjaardagen en de jubilea bepaald door de heilsgeschiedenis. Wij houden er aan allereerst te verwijzen in de tijd naar de gebeurtenissen die het heil hebben gebracht, en niet alleen maar het moment van de feiten met een wetenschappelijke precisie te bekijken.

In die zin aanvaarden wij dat het Jubeljaar van de Verlossing van dit jaar verwijst naar de gebeurtenissen op Golgotha – 1.950 jaar geleden – naar de dood en de verrijzenis van Christus dus. Maar de aandacht van de Kerk staat helemaal gevestigd op het heilsgebeuren (naast de historische datum) en niet alleen op de historische datum.
 
Te gelijkertijd beklemtonen wij voortdurend dat het buitengewone Jubeljaar van dit jaar de Kerk voorbereidt op het grote Jubeljaar van het tweede millennium (het jaar 2000). Vanuit dit oogmerk draagt dit jaar van de verlossing ook het karakter van een Advent: het leidt ons binnen in de wachttijd op het jubeljaar van de komst van de Heer.

Maar de advent is in het bijzonder de tijd van Maria. Alleen in haar bereikt de wachttijd van de mensheid, voor wat betreft de komst van Christus, volledig zijn hoogtepunt. Zij draagt die wachttijd ten volle: de volheid van de advent.

Wij wensen met het Jubeljaar van de verlossing dit jaar die adventstijd te beginnen. Wij willen met Maria, de Maagd van Nazaret, delen in die tijd van uitzien. Wij wensen in het jubeljaar van dit heilvolle gebeuren, die lijkt op een adventstijd, ook haar komst, haar eigen geboorte op aarde, aanwezig is.

Lourdes, Johannes Paulus II in 1983Ja, de komst van Maria op aarde is het begin van de heilzame advent. Daarom komen wij op bedevaart naar Lourdes: niet alleen door het Hoogfeest van de Tenhemelopneming, haar geboorte in de hemel te eren, maar ook het zalige moment van haar geboorte op aarde te gedenken (Ap 12, 4).

Wij komen op bedevaart naar Lourdes, waar Maria (“de mooie Dame”) tot Bernadette zei: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis” (Que soy era Immaculada Councepciou). Door die woorden drukte zij het mysterie uit, van haar geboorte op aarde als heilzaam gebeuren dat nauw verbonden is met de Verlossing, en ook met de advent.

Mooie Dame! O Vrouw, bekleed met de zon! Aanvaard onze bedevaart in dit adventsjaar van het Jubileum van de Verlossing.
Help ons om met het licht van dit jubeljaar in uw geheim door te dringen:
- het mysterie van de Maagd en Moeder,
- het mysterie van de dienende Koningin,
- et mysterie van de Almacht die onderdanig wordt.
Help ons in dit mysterie steeds meer Christus ontdekken, de Verlosser van de wereld, de Verlosser van de mens. U draagt de zon als mantel, de zon van de onpeilbare Godheid, de zon van de ondoorgrondelijke Drie-eenheid. “Vol van genade” tot de Tenhemelopneming toe!

En tegelijk… voor ons op aarde, voor ons, povere kinderen van Eva in ballingschap, draagt u als mantel de zon van Christus vanaf Betlehem over Jeruzalem tot Golgotha. U bent bekleed met de zon van de Verlossing van de mens en van de wereld door het kruis en de Verrijzenis van uw Zoon.

Laat deze zon onophoudelijk schitteren voor ons op aarde !
Laat haar niet verduisteren in de ziel van de mensen!
Moge zij de aardse wegen van de Kerk verlichten, van wie u tot de belangrijkste bent!
En moge de Kerk, de blik op u gericht, Moeder van de Verlosser, blijvend leren moeder te zijn!
Kijk! Dit zegt het boek Apokalyps: “De draak stond voor de vrouw die zou baren om zodra zij gebaard had, haar kind te verslinden”.
O Moeder, die in uw Tenhemelopneming de volheid heeft ervaren van de overwinning op de dood van de ziel en het lichaam, verdedig uw zonen en dochters van deze wereld tegen de dood van de ziel! O Moeder van de Kerk!

Lourdes, Johannes Paulus II in 1983Wees zelf voor de mensheid die altijd gefascineerd lijkt door wat tijdelijk is – en terwijl “de beheersing van de wereld” het perspectief van een eeuwige bestemming voor de mens in God verduistert, een getuige van God. U bent toch zijn Moeder ! Wie kan weerstaan aan het getuigenis van een moeder?
U die werd geboren voor de lasten van deze aarde: onbevlekt ontvangen!
U die werd geboren voor de heerlijkheid van de hemel! Ten hemel opgenomen!
U die is bekleed met de zon van de onpeilbare Godheid, de zon van de ondoordringbare Drie-eenheid, vol van de Vader, de Zoon en de heilige Geest!
U aan wie de Drie-eenheid zich geeft als één God, de God van de schepping en van de Openbaring! De God van het Verbond en van de Verlossing. De God van het begin en van het einde. De alfa en de omega. De God-Waarheid. De God-Genade.De God-Heiligheid. De God die boven alles gaat en alles omarmt. De God die “alles in allen” is.

U die onze Moeder bent, bekleed met de zon !
Wees de getuige van God...
- voor de wereld van het millennium dat ten einde loopt.
- voor ons, kinderen van Eva in ballingschap,
wees de getuige van God!

Johannes Paulus II
Lourdes, 15 augustus 1983